Competitie: Verslag Minitoernooi Speyer (deel 1)

Na al een aantal jaren de sterke verhalen te hebben aangehoord van en over de toernooigang(st)ers, besloot ik dit jaar eindelijk eens mijn belofte om mee te gaan waar te maken. Hieronder een subjectief verslag van de gebeurtenissen in het Pinksterweekeinde.

Vrijdag
Twee uur de tijd voor het inpakken, blijkt toch wat aan de ruime kant. Ik heb met Suzanne en Anna afgesproken dat ik ze tussen 12 en ¼ over 12 zou ophalen, dus ik heb nog wat tijd over. Toch nog maar een extra warme trui (extra slaat op trui, niet op warm) meegenomen, want aan kou lijden heb ik een hekel.

Suzanne belt nog op over de af te drukken routebeschrijving (waarover later meer), de mobiele telefoonnummers voor onderweg en wat andere praktische zaken. Eindelijk is het zover: het is 12 uur en ik neem innig afscheid van mijn vrouw en van Hansje, die net van school is thuisgekomen. “ik zal jullie missen…..”.

Suzanne en Anna blijken net als ik ruim voldoende bagage en ‘proviand’ te hebben meegenomen, zodat de hele achterbak en 1 passagiersplaats volgestouwd worden. De groep die vanmiddag vertrekt, zal zich tussen kwart voor 1 en 1 uur verzamelen bij de eerste parkeerplaats na het BP-tankstation te Bussum. Om 10 over half 1 daar aangekomen, blijkt dat iedereen (Bas en Renie, Ralph, Ludo (vader van Ralph) en vriendin (van Ludo voor de duidelijkheid), Mattijs, Elbrich en Mandy (onze Slotermeer-delegatie) en Björn en Elroy) al staan te trappelen van ongeduld. We spreken af elkaar met mobiele telefoons op de hoogte te houden van vorderingen en potentiële tussenstopplaatsen.

Rond 1 uur gaan we op weg om via Nijmegen en Venlo de A61 richting Koblenz te bereiken. Bas heeft gezorgd voor een routebeschrijving die er behoorlijk doortimmerd uitziet, dus volgens planning kunnen we om ongeveer ½ 6 ons einddoel bereiken. Na Nijmegen kom je ‘vanzelf’ op de A73 richting Venlo dus geen vuiltje aan de lucht. Na Venlo is het even oppassen, want dan moeten we via de N271 op de A61 komen. Daar is de N270 al, de N271 zal de volgende afslag wel zijn. Severijn (13) staat ook nog op de routebeschrijving. De N271 dient zicht echter nog steeds niet aan en voor we het weten is de snelweg afgelopen en zitten we op de N273. Even het Reader’s Digest Beste Boek voor de Weg uit 1973 erbij gepakt. De N273 blijkt een B-weggetje te zijn tussen Venlo en Roermond, afstand 20 kilometer. Geen paniek, we pakken straks bij Roermond wel weer de snelweg richting Mönchen Gladbach.

Na een kwartier zitten we hopeloos vast tussen de lokale melkboer, wat tractoren en overig bestemmingsverkeer. De plaatsjes die door de N273 zijn verbonden, tonen vol trots hun eigen kruispunt met hun eigen stoplichten. Suzanne die kaart leest en ik vermaken ons met verzinnen van smoezen om ons falen te verbloemen of het zoeken van locaties die nog erger zijn dan waar we nu zijn. Voor het geval er iemand belt over waar wij zitten. Voor Anna is de cocktail van middelen tegen hooikoorts en reisziekte teveel geworden en ligt in een zware coma op de achterbank.

Na een uur komen we eindelijk in Roermond aan en al snel zien we de N271. Wijselijk besluiten we deze niet te volgen, maar zo snel mogelijk richting snelweg richting Mönchen Gladbach te rijden. Al spoedig komen we op de o zo welkome A61. Tijd om de schade op te nemen. Het blijkt dat ook de anderen averij hebben opgelopen: iedereen is rondom Venlo wel ergens fout gereden. Bas en Renie blijken op de A61 al bij kilometerpaal 155 te zitten. De schrik slaat ons om het hart: wij zijn pas bij kilometerpaal 69. Ongeveer een uur vertraging schat ik dus. Gelukkig blijkt al snel dat het met die paaltjes niet helemaal klopt, want na een kwartiertje rijden zitten we ook ineens bij kilometerpaaltje 150.

Renie meldt dat ze stoppen bij Rastplatz Tettenhofen zo rond kilometerpaal 164. Links raast ineens een donkerblauwe BMW met Hollands kenteken met een snelheid van zo’n 170 kilometer per uur ons voorbij. Volgens Suzanne zijn dat Glenn en Teddy, die wat later zouden vertrekken. Blijkbaar hebben die zelf een routebeschrijving opgezocht en met bovengemiddelde snelheid zo’n 2 uur op ons goedgemaakt.

Rastplatz Peppenhofen 5 kilometer, nog even en dan zijn we bij de eerste stopplaats. Plotseling zitten we zonder enige aanleiding in de file (Stau) en blijken deze 5 kilometer ook nog een half uur te duren. Als we uiteindelijk bij de Rastplatz zijn aangekomen (nee, niet over de vluchtstrook), blijkt de hele meute al aan de frisdrank, Brot en Bratwurst te zitten. De sterke verhalen over wie het meest verkeerd is gereden worden uitgewisseld.

Omdat de file zich heeft opgelost, laten we ons verleiden tot verder rijden. Al snel komen we opnieuw in de (eigenlijk dezelfde) file terecht. Een geile (geil mag je in Duitsland gewoon zeggen: het betekent wulps)   Duitse damesstem houdt ons ongevraagd via de radio voortdurend op de hoogte van de Freitagabendstau en het blijkt dat het einde van de file nabij is. Eenmaal uit de file kunnen we flink doorrijden. De reis verloopt verder zonder noemenswaardige problemen. Na de afslag Speyer is de Walderhölung, onze thuisbasis voor de komende nachten, zo gevonden.

De Walderhölung kun je misschien het beste vergelijken met zo’n plaats op de Veluwe, waar je in de 6de klas lagere school (groep 8 voor de jongeren onder ons) op kamp ging. De gebruikelijke barakken, centrale toilet-, was- en douchegelegenheid, kampeerplaats, (houten) speeltuin, etc. Onze slaapgelegenheid is een soort schoollokaal, compleet met schoolbankjes, schoolbord (‘Was man im Wald nicht macht…..’) en een enorme ventilator centraal aan het plafond gemonteerd.

Grote gymnastiekmatten, geschikt voor 4 personen, worden uit een aangrenzend lokaal geschoven, zodat we geen luchtbedden hoeven op te pompen. De auto’s worden leeggehaald en de spullen worden in het lokaal gezet. De slaapplaatsen worden gereed gemaakt.

Iedereen heeft voor zijn eigen drank gezorgd, alles wordt echter centraal op tafel gezet. Een verzameling drank waar de sporthal jaloers op kan zijn: wijn, blue curaçao, wodka, red wodka, whisky, apfelkorn, bacardi wit, bacardi lemon, bessenjenever, boswandeling, drop shot, jus d’orange, cola, sinas, spa citroen, vruchtensap, red bull , etc. etc.

Eenmaal op orde beginnen de magen te knorren. Snel wat borrels achterover gooien blijkt de honger ook niet te stillen, dus het is tijd voor wat stevigers. Door de toernooiorganisatie is een grote pan goulashsoep gemaakt en met wat stevige Duitse sneetjes (brood wel te verstaan) is de eerste honger snel gestild. Later op de avond is ook de barbecue aangestoken en er is Fleish, Bratwurst und Kartoffelsalat zu bekommen.

Inmiddels zitten de Hollanders natuurlijk al rond de tafel te Mexicanen (dobbelen) en worden kleine hoeveelheden wodka/jus en blue curaçao/jus met hoge frequentie naar binnen gewerkt. Elroy blijkt wat minder bedreven in het Mexicanen, maar weet zich tijdens het drinken redelijk staande te houden. Even later blijkt niet alleen de drank, maar ook een half gesloten deur hem een zwaar gevoel in het hoofd te geven.

Uiteindelijk stroomt de avondploeg binnen: eerst Martin en Irma en later ook Peter met Miranda en Ina. Na nog een aantal rondjes Mexicanen, begint de jus d’orange zijn werk te doen en gaat mijn maag protesteren. Als ook nog de vermoeidheid begint toe te slaan, besluit ik om 10 over 2 naar bed te gaan. Als ik na het plassen en tanden poetsen om ongeveer ½ 3 in mijn slaapzak kruip, is het echter direct afgelopen met de voorgenomen nachtrust. Iedereen rolt over en door elkaar heen en wie enigszins dreigt weg te dommelen, wordt door Bas, Mattijs en / of Glenn genadeloos zijn of haar slaapzak uitgeschud. Tegen half 4 wordt het rustig en val ik, onder monotoon gedreun van de ventilator, in slaap.

Wordt vervolgd…

Hans van Os
Speyer-gänger